Inhoud artikel:

Feiten en fabels

Hoewel steeds meer mensen kiezen voor een privé-leaseauto, bestaan er bij het grote publiek nog altijd veel misverstanden over private leasen. De hoogste tijd om alle feiten en fabels even op een rij te zetten. Dit zijn de 5 meest gehoorde misverstanden over het leasen van een privéauto.

1. Private lease is duur

Fabel. Natuurlijk hangt er aan het leasen van een privéauto een prijskaartje. Maar dat is ook het geval bij een koopauto. Private lease wordt vaak geassocieerd met dure auto’s van de zaak. Maar bij private lease kun je juist ook kiezen voor een bescheiden model of een tweedehands autootje. Daardoor valt je maandelijkse leasebedrag meteen al een stuk lager uit.

Bovendien kun je een aantal slimme keuzes maken om de autokosten nog verder te drukken. Zuinig rijden loont bijvoorbeeld. Maar wist je dat je je leasekosten ook kunt verlagen door je auto te delen met (of te verhuren aan) anderen? Ook je leaseauto bestickeren met reclame kan lucratief zijn! Verder kun je bij de meeste leasebedrijven je oude auto inruilen. Is je karretje nog aardig wat waard, dan kan het leasebedrag vaak iets naar beneden worden bijgesteld.

Het grote voordeel van private leasen is natuurlijk dat de onderhoudskosten bij de leaseprijs zijn inbegrepen. Bij onverwachte grote reparaties hoef je dus niet zelf je portemonnee te trekken. Bij een koopauto, maar ook bij een financial leaseconstructie (huurkoop) draai je zelf op voor alle vaste én bijkomende autokosten.

Al met al is private leasen dus niet duurder dan wanneer je zelf een auto aanschaft.

Nieuwsgierig naar het aanbod?